Proktologie: Doktoren aan de anus

Een aambei doet geen pijn (door Rob van Willigen)

In 1985, na het met goed gevolg afleggen van het artsexamen aan de VU in Amsterdam, voelde Willem Lans (36) er niets voor achteraan te sluiten in de lange rij van werkloze basisartsen. Om op medisch gebied toch iets te bieden te hebben, week hij uit naar Duitsland, waar hij zich de proktologie eigen maakte, oftewel "de kennis van de ziekten van de endeldarm". Bij onze oosterburen is dat een erkend specialisme, in Nederland wordt het "erbij" gedaan. Door huisartsen bijvoorbeeld, chirurgen, dermatologen en internisten.

"Hier ben ik nog steeds een basisarts met een wat vreemde hobby", berust Lans. Een hobby bovendien waar wat giechelig over wordt gedaan of in elk geval besmuikt over wordt gesproken. Bij Lans - de enige proktoloog in Nederland die lid is van het veeleisende "Berufsverband der Coloproktologen Deutschlands"- immers worden patiënten behandeld aan "afwijkingen in en om de anus". Aan aambeien dus, maar ook aan fissuren, fistels en poliepen, om maar eens wat te noemen. Kwalen in de taboesfeer, met andere woorden.

Door Rob van Willigen

Ze is gaarne bereid te verhalen van de langjarige lijdensweg die uiteindelijk voerde naar de Polikliniek voor Proktologie en Flebologie van Willem Lans te Veenendaal. Maar haar naam mag niet in de krant, bezweert ze. Want dat leidt maar tot rare praatjes in de omgeving en ze schaamde zich er toch al voor. Tegen "Jannie" heeft ze geen bezwaar. Huisvrouw, 64 jaar oud, zes kinderen.
Tien jaar geleden ongeveer ontdekte ze voor het eerst bloed bij haar ontlasting en kreeg ze gaandeweg steeds meer last van pijn in de endeldarm. De huisarts verwees haar naar het ziekenhuis, waar drie keer contrastfoto's werden gemaakt en een keer een coloscopie (een "kijkje" tot in de karteldarm) werd verricht. Niets aan de hand, luidde steeds de diagnose. Maar het bloeden hield aan en de pijn werd ondraaglijk.
Jannie: "Op het laatst zat ik te wippen op m'n stoel van ellende. Toch kreeg ik steeds te horen dat ik niks mankeerde. Een van de chirurgen zei een keer: 't Zijn alleen maar aambeien; trek maar gewoon door. Op den duur ga je dan toch aan jezelf lopen twijfelen. Ja, ze zijn toch niet gek in zo'n ziekenhuis? Mijn kinderen ook. Die geloofden me gewoon niet meer. Begrijpelijk wel, want ik heb altijd een kleur als een bellefleur, zie er gezond uit des. Ik moest niet zo klagen, zeiden ze. Daar heb ik heel veel verdriet van gehad. Ik was helemaal geen klager, altijd sterk geweest, maar de laatste jaren was ik zo moe dat ik soms alleen nog maar hele dagen op bed kon liggen."
Pas in februari van dit jaar vervoegde ze zich bij dokter Lans. Op dwingend advies van een nichtje dat haar al eerder attent had gemaakt op de proktoloog en 'via-via' zeer positieve berichten over hem had gehoord. Jannie: ?Eerst wilde ik niet. Als ze het in het ziekenhuis al niet weten, waar dan wel, dacht ik. Maar op een dag vertelde mijn nichtje dat ze een afspraak voor me had gemaakt. "En nou ga je!", gebood ze. Nou, zei ik, dat moet ik dan toch eerst aan mijn man vragen. "Niks daarvan", antwoordde m'n nichtje. "Is het jou lijf of is het zijn lijf?!? Dat gaf de doorslag."
Willem Lans - aanvankelijk even op een dwaalspoor gebracht doordat de "deskundigen" de contrastfoto's als normaal hadden beoordeeld -ontdekte al snel dat er al die jaren iets over het hoofd was gezien: een potentieel kwaadaardig poliep met (inmiddels) een doorsnede van twee centimeter. Dezelfde dag nog sneed hij haar weg, waarna onderzoek in een laboratorium uitwees dat de poliep nog geen malicieuze trekjes had aangenomen. Sindsdien heeft Jannie "nergens last meer van".
"Ongelooflijk eigenlijk dat men die poliep had gemist", zegt Lans. "Zo'n grote had ik zelden of nooit gezien ".Een spastisch colon (darmkramp), werd er wel tegen mevrouw gezegd. Om toch nog even een naam te geven aan iets dat men niet had kunnen vinden. Dat klinkt natuurlijk goed, maar de patiënt is er niet mee geholpen. Ik kom dat wel vaker tegen in mijn praktijk. Dat specialisten oordelen over zaken die ze niet echt gezien, of waarvoor ze misschien ook wel geen aandacht kunnen of willen opbrengen. Dat is het nadeel van "iets erbij doen". Mijn stelregel is: je doet het helemaal, of je doet het helemaal niet.
Als proktoloog ("Met een k; van het Griekse woord prokton, oftewel anus") weet Willem Lans zich op een boeiend terrein dat nog niet geheel is ontgonnen. Een terrein dat is geplaveid met misverstanden, vooroordelen en foutieve ingrepen. Uit heel het land, uit België en zelfs uit Duitsland ("Maar die stuur ik in principe terug, tenslotte heb ik daar mijn opleiding genoten") komen de patiënten naar Veenendaal om door Lans te worden verlost van hun "pijnlijke aambeien". Veelal na een vruchteloze tocht door de (para-)medische wereld en, al dan niet op aanraden van de huisarts, geklungel met zalfjes en zetpillen als symptoombestrijders.
Lans docerend: "Zeker de helft van al die mensen komt hier met het verhaal: ik heb pijn dokter, dus ik heb aambeien. Nou, dat kan niet. Aambeien jeuken, veroorzaken een branderig gevoel, kunnen vlekken geven in het ondergoed of afscheiding van bloed, maar doen per definitie geen pijn. Ze ontstaan door stuwing – overvulling met bloed – in het inwendige zwellichaam dat, anders dan de twee sluitspieren, zorgt voor de zeer fijne afsluiting van de anus. Dat zwellichaam is gevoelloos. Is er sprake van aambeien en tevens van pijn, dan moet er dus meer aan de hand zijn. Een scheurtje in de anus (fissura; de pijnlijkste anale aandoening) bij voorbeeld, een fistel, een abces, een poliep, een gezwel, kortom, een hele waslijst van mogelijkheden.
"Aambeien kun je alleen maar ontdekken met proktoscopie, een kijkertje in de anus dus. Toch zijn er huisartsen die patiënten doorverwijzen omdat ze aambeien hebben gevoeld. Ook dat kan niet. Een aambei is gevuld met bloed. Dat druk je weg als je de aambei toucheert met een vinger. Wat je dan voelt, is gewoon slijmvlies. Tegen huisartsen zeg ik nogal eens: voel je niks met toucheren, dan zitten er mogelijk aambeien? Tenzij het natuurlijk gaat om een aambei die zo groot is, dat zij uitzakt en naar buiten komt. Abusievelijk wil men dat nog wel eens uitwendige aambeien noemen, maar die bestaan niet.?
Voor het verwijderen van aambeien hanteert Willem Lans twee methoden: het scleroseren (inspuiten met een soort alcohol) van de aambei waardoor die verschrompelt, of het afbinden van de aambei met een elastiekje waarna het ingesnoerde deel afsterft. Bij beide ingrepen wordt het zwellichaam – pijloos en praktisch altijd afdoende – tot normale proporties teruggebracht. Opereren wijst de proktoloog categorisch van de hand ("Twee weken ziekenhuis en twee weken thuis, terwijl het ook poliklinisch kan? Kom nou") en van het hier en daar nog gepraktiseerde oprekken van de anus – met twee of vier vingers en onder narcose: de dilatatie volgens Lord – wordt hij subiet onpasselijk.
"Te dol voor woorden", gruwt Lans. "Net zoals het insnijden van de sluitspier wanneer die pijn doet, omdat er te veel spanning op staat. Maken we een sneetje in die spier, is de spanning ook weg, zegt de chirurg. Het gevolg wegnemen, maar niet de oorzaak? Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Bovendien maak je de patiënt ten dele incontinent. Ach, wordt er dan gezegd, zo'n bruine veeg in je ondergoed is toch niet erg; daar hebben veel meer mensen last van. Ja hoor. Je zegt toch ook niet tegen je ene buurman dat zijn hartinfarct niets bijzonders is, omdat je andere buurman het ook heeft gehad" Een belachelijke gedachtekronkel. Dit soort praktijken hoort niet thuis in het moderne medisch handelen".
Zelf zorgt Willem Lans er wel voor up-to-date te zijn en te blijven. Enerzijds omdat dat in zijn aard ligt, anderzijds om te voldoen aan de hoge kwaliteitseisen die zijn verbonden aan het door hem gekoesterde lidmaatschap van het Duitse "Berufsverband". Half werk is hem vreemd. Bij het onderzoek van een patiënt in de door hem zelf ontworpen behandelstoel, volstaat Lans nooit met proktoscopie. Hij hanteert ook de rectoscoop die verder de darm ingaat.
"Daarmee pak je 35 tot 40 procent van alle poliepen weg", legt hij uit."Ik kijk dat altijd na. Ook als er nog geen sprake is van bloedverlies. Een poliep doet er jaren over, voordat zij kwaadaardig wordt. Haal je die er vroeg uit dan voorkom je een hoop ellende.
"Mensen halen zich die ellende trouwens vaak zelf op de hals. Door dat vreselijke taboe. In Nederland mogen we overal over praten, over de gekste dingen, maar helaas niet over aandoeningen in en om de anus. Doodzonde is dat. Heeft iemand hoofdpijn, dan zit hij een dag later bij de huisarts. Heeft iemand een aambei, dan verdringt hij dat en wacht zo lang mogelijk met het inroepen van medische hulp. Met alle gevolgen van dien. Goh, zeggen patiënten wel eens tegen me, ik wou dat ik hier tien jaar geleden van had geweten".
Zoals Jannie. Jarenlang voelde zij zich "vreselijk genomen" door de medisch stand. Pas in de stoel bij dokter Lans kreeg ze weer vertrouwen in de medemens. "Het eerste wat hij zei, was: mens, wat moet u moe zijn. Hij begreep het meteen. Daar ben ik hem heel dankbaar voor".

Bron: Algemeen Dagblad, rubriek Diagnose, 5 januari 1996